Op de hogere niveau's bestaat een een Beach Volleyball team uit twee personen, waardoor de nadruk meer ligt op de verdediging dan op de aanval. Op breedtesportniveau bestaan teams nog steeds uit drie of vier personen. De grootte van het veld (twee speelhelften) is 8 bij 16 m en de nethoogte is hetzelfde als bij het zaalvolleybal. Een wedstrijd bestrijkt twee gewonnen sets tot 21 punten en een eventuele derde set tot 15 punten. |
Sky Ball of Moon Shot: De bal wordt hoog de lucht in geslagen. Set: Benaming voor bovenhandse set-up. Bump Set: benaming voor set-up onderarms. Hard Driven: hard geslagen bal. Shot: Ingehouden slag. Cut: Een aanval kort diagonaal. Angle: Een aanval diagonaal. Line: Een aanval lang de lijn rechtdoor. Dink: Een aanval kort over het net of de blokkeerder. Deep Corner Roll: Bal met een grote boog in de uiterste diagonale hoek. Cobra / Snake: een shot waarbij de arm gestrekt is en de vingers een slangenkop/snavel of een uitgestrekte hand vormen om de bal op een zo hoog mogelijk punt te spelen. Poke Shot / Knockle: Een shot gespeeld op de knokkels van je vingers. Dig: Elke verdedigende actie in het achterveld Chicken-Wing: Verdedigende bal met de elleboog waarbij de hand op heup hoogte blijkt. Tomahawk: Verdediging met de onderkant van je onderarm waarbij de stand van de handen gelijk is aan onderarms. De armen worden nu alleen voor het gezicht of boven het hoofd samen gebracht. Alligator: Verdediging waarbij de polsen tegen elkaar zijn en de 2 handen open gestrekt als een krokodillenbek. De Bal wordt in het centrum van de handen opgevangen. |
|















